6. Samenhang van emotie, motivatie, cognitie en sociaal-culturele factoren

Jetzt loslegen. Gratis!
oder registrieren mit Ihrer E-Mail-Adresse
Rocket clouds
6. Samenhang van emotie, motivatie, cognitie en sociaal-culturele factoren von Mind Map: 6. Samenhang van emotie, motivatie, cognitie en sociaal-culturele factoren

1. Inleiding

1.1. 1. Hot cognition: emotioneel denken (met hart denken)

1.1.1. individu

1.1.1.1. iemand die het goed stelt met anderen

1.1.1.2. vlug emoties communiceert

1.1.1.3. is tolerant, vertrouwen

1.1.1.4. heeft een open geest en is spontaan

1.2. 2. Cold cognition: rationeel denken (met het hoofd denken)

1.2.1. Individu

1.2.1.1. Heeft positief beeld van zichzelf

1.2.1.2. stelt genot uit en en neemt verantwoordelijkheid

1.2.1.3. is flexibel denker en heeft progressieve waarden

2. Affect : Emoties en stemmingen

2.1. Affect : gemoedsgevoel

2.1.1. emoties: duidelijk object, hevig

2.2. stemmingen: geen reden, minder hevig

2.3. Emoties: gevoelstoestanden met een duidelijke reden.

2.3.1. kortdurend , intens

2.3.1.1. - Roepen verandering in gedrag op.

2.3.1.2. - Roepen gevoelens op

2.3.1.3. - Vaak vergezeld door specifieke gedachten

2.3.1.4. - Emotie kunnen overgaan in stemmingen

3. de invloed van cognitie op affectiviteit

3.1. Betekenisgeving

3.1.1. Cannon- Bard

3.1.1.1. Door neg. ervaring ontstaat emotie

3.1.1.2. beoordeling tussen stimulus en emotie

3.1.1.3. Cognitieve inschatting van situatie

3.1.2. James - Lange

3.1.2.1. ontstaan door lichamelijke veranderingen

3.1.3. Stanley- Schachter

3.1.3.1. hersenen interpreteren

3.1.3.2. Wordt gemaakt door lichamelijke veranderingen

3.2. Contrafeitelijk denken

3.2.1. Neg. gebeurtenissen versterken emoties.

3.2.2. sterker bij neg. emoties.

3.2.3. Bepaalt niet enkel de intensiteit van de emoties maar ook welke emotie opgeroepen wordt

3.3. Invloed affect op cognitie

3.3.1. Affect-priming

3.3.1.1. Invloed op gedachten/ manier waarop we externe info verwerken.

3.3.1.2. Drie manieren

3.3.1.2.1. Selectieve aandacht

3.3.1.2.2. Selectieve encodering

3.3.1.2.3. Selectieve herinnering

3.3.2. Affect als bron van informatie

3.3.2.1. Signaal: hoe moet je reageren

3.3.2.1.1. Rechtstreeks verband met oordelen

3.3.2.1.2. Bewust of onbewust

3.3.2.2. Affect dat geassocieerd wordt met stimulus = vaak belangrijkste bron van beslissingen

3.3.3. invloed van affect op informatieverwerking

3.3.3.1. Affect heeft ook impact waarop we informatie verwerken

3.3.3.1.1. Pos. stemming verwerken info oppervlakkig > denken minder na

3.3.3.1.2. Neg. stemming verwerken info 'dieper'> denken beter na

3.3.3.2. Drie verklaringen

3.3.3.2.1. 1. Als we in pos. stemming zijn

3.3.3.2.2. 2. Mood maintenance principe

3.3.3.2.3. 3. Pos. stemming reduceert de cognitieve capaciteit.

3.3.4. Affect-infusie

3.3.4.1. Heuristische verwerking

3.3.4.1.1. beslissen op basis van stereotypen

3.3.4.1.2. niet veel nadenken

3.3.4.2. Uitgebreide verwerking

3.3.4.2.1. Veel mogelijkheden om een invloed te hebben

3.3.4.3. Directe toegang

3.3.4.3.1. Weinig gemotiveerd

3.3.4.4. gemotiveerde verwerking

3.3.4.4.1. niet perse hoge motivatie: op voorhand bepalen wat je wil beslissen

3.3.5. Effecten van stemmingen VS emotie

3.3.5.1. Emoties zijn gericht op een object.

3.3.5.1.1. Meer beperkte en specifieke effecten

3.3.5.2. emoties hebben minder effect op informatieverwerking

3.3.5.3. emoties hebben vaak weinig invloed

3.3.5.4. effecten kunnen wel verschillen binnen zelfde valentie.

4. Invloed van affect op gedrag

4.1. effecten van geanticipeerde emoties: spijt.

4.1.1. reageren op emoties die je later kan ervaren

4.1.2. spijt is belangrijke rol bij kiezen tussen verschillende oplossingen

4.1.3. spijt treed op als ...

4.1.3.1. men verwacht uitkomst info achteraf te krijgen

4.1.3.2. in situaties waarin men hierover meer reflecteert

4.1.4. kan leiden tot actie

4.2. Het voorspellen van toekomstig affect

4.2.1. verwachtingen v/d toekomst beïnvloed ons gedrag

4.2.1.1. meestal soort gevoelens goed kunnen inschatten

4.2.1.2. Intensiteit en duur schatten we vaak verkeerd in

4.2.2. overschatting van intensiteit en duur van gevoelens treedt steeds vaker op dan onderschatting

4.2.3. vaak onderschatten we duur van neg. gevoelens

5. Effect van motivatie op cognitie en gedrag

5.1. motivatie en bekwaamheid

5.1.1. Hot cognitie is ook motivatie

5.1.2. Alternatieve theorie over hoe motivatie inspanning /gedrag beönvloedt

5.1.3. Bepaald door:

5.1.3.1. Capaciteit

5.1.3.2. Moeilijkheid

5.1.3.3. Inspanning