Hoofdstuk 6: ethiek

Get Started. It's Free
or sign up with your email address
Hoofdstuk 6: ethiek by Mind Map: Hoofdstuk 6: ethiek

1. Ethische theorieën

1.1. Deontologie/plichtethiek

1.1.1. Handeling zelf

1.1.2. Handeling altijd absoluut en objectief goed of slecht

1.1.3. Emmanuel Kant

1.1.4. Rationele grondslag: morele standaarden die voor iedereen op dezelfde manier werken

1.1.5. 3 categorieën

1.1.5.1. Menselijke rede

1.1.5.1.1. Autonomie nastreven, kan enkel als het zijn wezenlijke natuur nastreeft

1.1.5.1.2. Handelen volgens het principe dat hij zou willen dat het een algemene wet werd

1.1.5.2. Biologische natuur

1.1.5.2.1. Uit de natuur, wetten en regels menen te kunnen afleiden in verband met goed handelen

1.1.5.3. Menselijke waardigheid

1.1.5.3.1. Centraal staan de absolute en universele rechten

1.1.6. Zwaktes

1.1.6.1. Verschillende interpretaties van rechten en plichten/ botsen van de grondrechten

1.1.6.2. Abstractie maken van de handeling en context te verwaarlozen kan meer kwaad dan goed doen

1.2. Utilitarisme/utilisme

1.2.1. Nadruk op het gevolg van de handeling

1.2.2. Jeremy Bentham: handeling is goed als ze leidt tot het grootste nut voor het grootste aantal

1.2.3. Zwaktes

1.2.3.1. Naar wiens grootste geluk kijk je? Sommige zaken zijn niet te vergelijken

1.2.3.2. Geen antwoord op de paradox van de dure smaak

1.2.3.3. Kan zelden alle gevolgen van een handeling op voorhand weten

1.2.4. Grootste geluk voor grootste groep heiligt het doel de middelen

1.3. Deugdenethiek

1.3.1. Afhankelijk van de persoon die de handeling stelt

1.3.2. Juist ethisch handelen komt voort uit het authentiek deugdzaam karakter van een persoon

1.3.3. Te maken met de intentie waarmee iets wordt gedaan

1.3.4. 3 goddelijke deugden

1.3.4.1. Liefde, hoop, geloof

1.3.5. Vier kardinale deugden

1.3.5.1. Wijsheid, rechtvaardigheid, matigheid, kracht of moed

1.3.6. Kritiek

1.3.6.1. Veel verantwoordelijkheid bij persoon zelf

1.3.6.2. Weinig ruimte voor objectivering

1.3.6.3. Lang groeien in deugden

1.3.6.4. Inschatting kunnen maken van complexe situaties

1.4. Betrokkenheidsethiek

1.4.1. Preconventioneel niveau

1.4.1.1. Straf vermijden/gerichtheid op externe autoriteit

1.4.1.2. Wederzijds voordeel zoeken

1.4.2. Conventioneel niveau

1.4.2.1. Goed is wat anderen goed vinden

1.4.2.2. De wetten en de regels van de eigen groep naleven

1.4.3. Postconventioneel niveau

1.4.3.1. Een eigen waardepatroon creëren

1.4.3.2. Iets is goed omdat het niet ingaat tegen de eigen principes

1.4.4. Care vs rechtvaardigheid

1.4.4.1. Care = betrokkenheid ek nabijheid veronderstelt tegenover een specifiek ander

1.4.4.2. Rechtvaardigheid = universele principes ontwikkelen met de bedoeling onrechtvaardige partijdigheid te vermijden

1.4.4.3. Ethiek verzet zich tegen de scheiding van Care en rechtvaardigheid tussen persoonlijk en publiek leven

1.4.5. Gaat uit van relationeel mensbeeld

1.4.6. We zijn allemaal verbonden en afhankelijk van elkaar

1.4.7. Rechtvaardigheid en betrokkenheid zijn geen tegengestelde meer

1.4.8. Aandacht behouden voor de eigenheid van de mens

2. 4 paradigma's

2.1. Diabolisering

2.1.1. De dader is het kwaad

2.1.2. Spiraal van geweld houdt nooit op

2.1.3. Wraak en haat domineren

2.1.4. Geen belang van de context

2.1.5. Geen vergeving, dader geen schuldbesef, spiraal niet stilgelegd

2.2. Banalisering

2.2.1. Je doet dingen omdat ze zo zijn opgedragen. Je staat niet stil bij de gevolgen

2.2.2. Geen vergeving, geen schuldbesef of berouw

2.3. Ethisering

2.3.1. Je gelooft zelf dat je het goede aan het doen bent

2.3.2. Geen vergeving, geen erkenning schuld, spiraal kan aangewakkerd worden

2.4. Fragmentatie en zelfbedrog

2.4.1. Je bent bewust van Je vrijheid en verantwoordelijkheid

2.4.2. Kan je gedrag verantwoorden

2.4.3. Onderscheid tussen goed en kwaad

2.4.4. Fragmentatie = meerderen rollen tegelijkertijd vervullen

2.4.5. Vergeving is mogelijk, schuldbewustzijn en berouw noodzakelijk